Facebook Adverteren, CPM of CPC

facebook cpm vs cpc

Adverteren op Facebook: betalen per 1000 impressies (CPM / Cost Per Mille) of per click (CPC / Cost Per Click)?

Heeft u nog weinig ervaring met adverteren dat is de eerste schrikreactie altijd: liever CPC dan CPM want dan heb ik ten minste controle over de kosten. Maar is dat wel zo? Dat zou in het geval van Facebook nog wel eens anders kunnen liggen.

CPC ofwel cost-per-click. U betaalt alleen een bedrag per click. Uitermate geschikt voor het testen van uw advertenties. U houdt controle over uw budget. Het bieden van een bedrag wat hoog genoeg is betekend dat u altijd daar verschijnt waar u voor betaald.

CPM ofwel cost-per-mille. U biedt X euro per 1000 impressies (dus het aantal keer dat uw advertentie verschijnt). Heeft u een goede CTR (Click Through Rate, dus het aantal clicks gedeeld door het aantal impressies) dan betaalt u veel minder dan als u per click zou betalen. Hoe kan dat nou? Nou heel simpel: Facebook heeft liever zekere inkomsten dan onzekere inkomsten. Betalen per impressie, ongeacht het aantal clicks, is nou eenmaal voordeliger voor Facebook.

CPC

Ooit was het nog zo dat de kosten per click op Facebook vrij laag waren en dat je veel clicks voor weinig geld (soms maar enkele centen) kreeg. Die tijd is niet meer! Facebook heeft door hoe dit werkt en er zijn nu veel meer adverteerders dan zeg een jaar of twee geleden. Niettemin is CPC in sommige gevallen best handig. Dit is vooral in kleinere markten (ja zoals Nederland) en daar waar u bijvoorbeeld een specifieke doelgroep in gedachten heeft. Dit is overigens erg makkelijk op Facebook; het inzoomen op bepaalde doelgroepen is wat mij betreft goed geregeld. Facebook heeft immers behoorlijk wat data van de leden, meer dan Google misschien wel.

Testen met CPC

Lanceert u een nieuwe campagne en heeft u geen enkel idee wat de CTR zal zijn op Facebook dan is het verstandig om te testen met een CPC campagne.  Na een testperiode weet u welke van deze advertenties de beste CTR oplevert. Natuurlijk hangt het ook heel erg af van het soort product of dienst waarvoor u adverteert.

Stel u betaald maximaal 25 cent voor een click en u weet dat het product dat u verkoopt 25 euro opbrengt. Zolang u weet dat bijvoorbeeld minimaal 2 van de 100 clicks converteren (dus resulteren in een verkoop) dan heeft uw campagne zin (liever meer uiteraard). Gewapend met de bovenstaande kennis gaat u verder door bijvoorbeeld na te gaan denken of / hoe dit te verbeteren is met CMP. CTR is erg belangrijk. Maar er moet wel voldoende aanleiding zijn om de campagne voort te zetten.

Bekijk het eens van de kant van Facebook. Waarom zouden zij een advertentie laten zien waarvan de CTR zo laag is dat bijna niemand er op klikt terwijl er andere adverteerders zijn die wel CPM willen betalen en waarvan de CTR een stuk hoger ligt? Een hogere CTR betekent ook dat u minder betaald per click. Trek dus alles uit de kast om te de CTR te verhogen. Dat wil zeggen test verschillende advertenties op verschillende doelgroepen. Met CPC bent u altijd afhankelijk van de grillen van Facebook. Immers Facebook bepaald de hoogte van de 'aanbevolen CPC' (ik heb gemerkt dat deze bijzonder hoog kan oplopen, zelfs in Nederland).

Bieden op CPM

Wat de meeste mensen afschrikt is de angst dat er niemand clickt op de advertentie maar dat er toch betaald moet worden. Daarnaast is het dus heel erg belangrijk dat er veel tijd wordt besteed aan het schrijven van een goede advertentie. Dit in tegenstelling tot CPC. Nagenoeg alle serieuze advertentiecampagnes werken op basis van CPM. Echter de meeste bedrijven die dit doen hebben een marketing afdeling. De gemiddelde MKB'er heeft dit dus niet. Deze MKB'er kan dit oplossen door een hoger dan 'normaal' aantal advertenties te testen (ik denk aan minimaal 10 compleet verschillende advertenties). Op Facebook wordt het testen u erg makkelijk gemaakt omdat u alles zelf online kunt beheren en stopzetten wanneer u wilt. Gaat u de richting van CPM op, dan bent u minder afhankelijk van de grillen van Facebook maar uw testen, en daarmee uw CTR, bepaald uiteindelijk het succes van uw campagne. Bij CPM kan het een adverteerder natuurlijk ook gaan om merkbekendheid en minder om het aantal clicks.

Probleempjes met CPM

Toch is CPM nog niet helemaal goed geregeld bij Facebook. U kunt namelijk nog niet kiezen op welk moment van de dag de advertentie wordt getoond. En ja dit is erg belangrijk. Het tonen van een bepaald soort advertentie te vroeg op de dag zal totaal geen clicks opleveren terwijl u wel betaald voor deze impressies. Daarnaast is het zo dat als u voor een kleine doelgroep van zeg 10.000 personen per CPM betaald deze natuurlijk al vrij snel allemaal uw advertentie gezien hebben.

Conclusie

Testen, testen, testen. Afhankelijk van het type campagne is het handiger voor CPC te gaan of voor CPM. CPM heeft voor de serieuze adverteerder duidelijk voordelen boven CPC. CPC is vooral handig voor testen en voor kleine doelgroepen. Overigens is het zo dat u zowel bij CPM als bij CPC een dag-maximum kan instellen zodat u niet voor een verrassing komt te staan. Wat zijn uw ervaringen? Ik hoor het graag! Ik weet nog een website waar je vouchers kan kopen. Als iemand interesse heeft dan stuur ik de link toe.

Globaal en Lokaal; SEO strategie voor lokale bedrijven en internationals

seo strategie voor lokale bedrijven en internationale bedrijven

Momenteel vindt er een grote verschuiving plaats in het zoeklandschap van globaal naar lokaal. Veel website eigenaren hebben steeds meer moeite met indexeren van hun website als zijnde een lokale onderneming.

Dit wordt nog eens bemoeilijkt door situaties waarbij er sprake is van landen met meerdere talen. Denk maar eens aan Zwitserland. Hier moeten websites in het Duits, Frans en Italiaans gemaakt worden en soms ook nog in het Engels.

Het wordt nog interessanter als bijvoorbeeld bovenstaande situatie zich voordoet bij een international actief in heel Europa. Veel bedrijven zijn niet eens te vinden buiten hun thuisland tenzij we direct op de bedrijfsnaam zoeken.

Er zijn bedrijven die tot voorheen een goede plaats in Google genoten en zich nu geconfronteerd zien met een zoeklandschap waarin alleen een kaartje te zien is met bedrijfsnamen ernaast (Google Places of Google Maps). Nu moeten deze bedrijven maar uit zien te zoeken hoe zij op lokaal niveau hoog kunnen scoren. Dit is namelijk een heel ander spel dan wat ze gewend waren.

Bedrijven in één taal in datzelfde land met enkele producten zullen zich echter minder zorgen hoeven maken dan echte multinationals zoals een Nokia bijvoorbeeld. Deze verkopen echt globaal maar zullen nu hun uiterste best moeten doen om lokaal gevonden te worden.

De Lokale hiërarchie

In eerste instantie zal Google kijken naar de aanwezigheid van een lokale domeinnaam. Dus een .nl domeinnaam voor Nederland, een .be voor België en een .de voor Duitsland. Helaas is het nogal een kostbare en omslachtige zaak om in elk land een andere domeinnaam te hebben.

Mocht de domeinnaam niet erg richtinggevend zijn voor een indicatie van de locatie zoals bijvoorbeeld bij het zoeken naar een .com, .net of .org website dan kijkt Google naar het IP-adres waarvandaan gezocht wordt. Als ik bijvoorbeeld vanuit mijn huis in Amsterdam Zuid zoek naar een tandarts krijg ik de resultaten in mijn stad Amsterdam. Dezelfde zoekopdracht uitgevoerd vanuit Antwerpen zal toch andere resultaten weergeven.

Mocht u gebruik maken van een lokale domeinnaam dan gebruikt Google niet het IP-adres als indicator. Dat is ook logisch want met een .nl domeinnaam wil u vooral Nederland bereiken.

Google Webmaster Tools Lokalisering Tool

In uw Google Webmaster Account kunt u de geografische regio aangeven waar uw website op gericht is. Mocht u een lokale domeinnaam hebben dan hoeft u niets te doen, deze staat automatisch vast op Nederland voor een .nl domeinnaam.

Stel dat u een .com adres hebt en u wilt per subdirectory een land instellen. U kunt hier dan het beste sub accounts aanmaken per land. U kunt ook uiteraard sub domeinen aanmaken per land en deze als apart account installeren. Zodra dit is ingesteld zal uwdomein.com/nl volledig meetellen in de Nederlandse zoekresulaten.

Lokale links

Een sterkte indicator voor Google is het hebben van lokale links naar uw website. Specifieke websites over bijvoorbeeld Amsterdam met links naar uw bedrijf in Amsterdam helpt u onder andere ook bij de ranking in Google Maps.

Waar is dit probleem is sterkst?

In Nederland hebben we bijna allemaal wel een .nl domeinnaam. Echter in Amerika heeft 85% van de bedrijven .com terwijl een .com telt als een globale domeinnaam. In Amerika zorgt deze lokalisering dus het meest voor problemen. Dit is onder andere de reden dat er nieuwe domeinnamen in gebruik zijn genomen zoals de .us.

Wij denken dat websites wereldwijd te bereiken zijn omdat het internet nou eenmaal (bijna) overal ter wereld toegankelijk is maar dit is in steeds mindere zin waar.

Dit probleem wordt alleen maar sterker omdat zoekmachines steeds meer zullen gaan bepalen wat lokaal is wat niet. Zo heeft Google bepaald dat alleen bedrijven die ook daadwerkelijk klanten zien als lokaal worden gezien. Dus webshops en bedrijven die van huis uit opereren hebben in zekere zin het nakijken. Maar goed erg moeilijk is het niet om uw webshop toch een lokaal tintje te geven, nietwaar?

Wat is nou de beste strategie voor lokale vindbaarheid?

Dat is uiteraard afhankelijk van de domeinnaam, taal en het service gebied.

Een .nl website met alleen Nederlandse tekst hoeft niet veel te doen behalve ervoor te zorgen dat er ook lokaal goed gescoord wordt in Google Maps.

Een .nl website met meerdere talen alleen actief in Nederland zal alleen de taal goed moeten afscheiden van de rest van de website. Dus met bijvoorbeeld een folder zoals uwwebsite.nl/en/index.html voor de Engelse taal. Vergeet niet ook in uw meta tags goed aan te geven dat het hier de Engelse taal betreft.

Een .nl website met meerdere talen en actief meerdere landen staat voor een keus. Idealiter zou deze onderneming ook een lokale domeinnaam aanschaffen voor de andere landen. Dit is nog relatief simpel voor een bedrijf dat bijvoorbeeld alleen actief is in de Benelux. Toch is het aan te raden om zo veel mogelijk lokale domeinnamen te registreren.

Voor een bedrijf wat wereldwijd opereert is het ondoenlijk om in 185 landen een aparte website te onderhouden. In dit geval is het zinvoller om een .com domeinnaam te nemen en alle landen zo goed mogelijk onder te delen met behulp van folders of sub domeinen.

Simpele tip voor een lagere bouncerate en een hogere Quality Score

Deze tip is wat kort door de bocht maar het verbaast me nog hoeveel professionele adverteerders dit principe niet snappen. Stelt u zich de volgende situatie eens voor:

  1. Stel een zoeker zoekt op “gele sokken”
  2. Dit triggert uw Adwords advertentie met als titel “Gele Sokken te koop”
  3. Deze advertentie verwijst door naar een landingspagina met als titel “Gele Sokken” en een mooie dikke H1 titel ook met “Gele Sokken”.

Uw bezoeker heeft door dat hij of zij op de juiste pagina is beland wat uw bouncerate (een hogere bouncerate wil zeggen dat meer mensen direct weer wegklikken van uw website bij aankomst) en uw Quality Score (een hogere Qualtiy Score betekend o.a. dat u minder hoeft te betalen per klik) ten goede komt.

Een landingspagina over sokken in het algemeen is minder relevant voor de bezoeker en voor Google.

10 suggesties voor uw pagina titels

10 suggesties voor de titel van uw pagina

Titels zijn zeer belangrijk. Een titel vertelt een zoekmachine waar een pagina over gaat. Het correct weergeven van de titel wil daarom nog wel eens tot discussies leiden binnen een bedrijf. Marketing wil het merk in de titel en uw SEO wil vooral keywords. Wat is nu de juiste verhouding?

Om de vraag te beantwoorden wat de beste titel is moeten we toch beginnen met ons enerzijds af te vragen wat u met uw website wil bereiken en anderzijds waar uw klanten naar zoeken. Wilt u uw merkbekendheid verhogen of een product of dienst promoten? Of allebei?

Hieronder een aantal standaard mogelijkheden om uw titels te structureren. Denk eraan: titels langer dan 60 karakters zijn niet zichtbaar in de zoekresultaten.

  1. <Bedrijfsnaam>: Zo wordt u alleen gevonden op uw bedrijfsnaam, is dat wat u wil?
  2. <Leeg>: Niet handig.
  3. <Bedrijfsnaam – product naam of bericht titel>: Wat vooraan staat wordt als belangrijker gezien.
  4. <Product naam – bedrijfsnaam>: Zoeken uw klanten naar uw product plaats dan het product eerst, gevolgd door de bedrijfsnaam. Zolang het maar niet te lang wordt.
  5. <Bericht titel – bedrijfsnaam>: Als het moet dan eerst de titel van het artikel dan de bedrijfsnaam.
  6. <Aparte titel – bedrijfsnaam>: Gebruikt u bijvoorbeeld WordPress en een SEO plugin dan kunt u de titel van de pagina zelf invullen. In dat geval is de html titel (wat de zoekmachines zien) anders dan de pagina titel.
  7. <Keyword – bedrijfsnaam>: Heeft u één soort dienst, bijvoorbeeld “foto printer – Hewlett Packard”, zet dan het keyword eerst gevold door de bedrijfsnaam.
  8. <Keyword – product naam – bedrijfsnaam>: Mochten ze allemaal kort zijn dan kan dit. In sommige gevallen voor websites met veel producten kan dit noodzakelijk zijn. Denk aan: “Drivers – Photosmart C5280 – HP”.
  9. <Longtail zin>: Dus bijvoorbeeld “Hoe verwissel ik een cartridge in de HP C5280”. Als dit een zin is waar mensen naar zoeken en u kunt er zoekwoorden in kwijt dan is dat natuurlijk zeer gunstig. Zoekers vinden zo immers eerder wat ze zoeken.
  10. <Categorie – pagina of productnaam – bedrijfsnaam>: Meestal is dit te lang. U kunt het beste kiezen voor of een categorie of een product. Zeker met het gepersonaliseerd zoeken is het belangrijk een keuze te maken voor 1 onderwerp per titel / pagina.